Belgisch land- en tuinbouwinkomen 2011 sterkste daler in Europa - donderdag 22 december 2011
categorieën:
 

Volgens de voorlopige analyses van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, daalde de toegevoegde waarde van de Belgische land- en tuinbouw (de maat voor het landbouwinkomen) in 2011 met 22,5% tegenover 2010. De Belgische berekeningen werden gemaakt door de FOD Economie. Het Belgische land- en tuinbouwinkomen kende in 2011 de scherpste terugval van alle Europese lidstaten. Geen enkel land doet het slechter.

Landbouwinkomen

In Nederland en Frankrijk daalt het inkomen eveneens, maar veel minder sterk dan bij ons. Zo wordt voor Nederland een daling opgetekend met 8,1% en voor Frankrijk een daling met 2,6%. Voor Duitsland, daarentegen, wordt een stijging genoteerd met 14,7% tegenover 2010. Globaal steeg het inkomen in de Europese Unie (EU-27) met 6,7%. Het landbouwinkomen in Roemenië steeg zelfs met 43,7% tegenover 2010. Alle voormalige Oostbloklanden lieten een toename van hun landbouwinkomen optekenen.

Eerdere berekeningen (oktober 2011) van de Studiedienst van de Boerenbond wezen op een halvering van het Vlaamse landbouwinkomen. Bij nadere analyse blijkt dat de berekeningen van Eurostat de cijfers bevestigen die de Boerenbond toen publiceerde. Bij toepassing van de methodologie van Eurostat (reële nettotoegevoegdewaarde tegen factorkosten, uitgedrukt per arbeidseenheid), krijg je volgens de berekeningen van de Boerenbond voor Vlaanderen een daling met 32,3%. De inkomensdaling in Vlaanderen is daardoor groter dan in België als geheel. De verklaring ligt voor de hand: de sectoren in crisis (tuinbouw, varkenshouderij en leghennen) situeren zich voor het overgrote deel in Vlaanderen.

Gelijke productiewaarde, sterk gestegen kosten
Bij een gedetailleerde analyse van de Belgische gegevens blijkt dat de globale omzet (productiewaarde) van de Belgische land- en tuinbouw nagenoeg identiek is aan de omzet van 2010. Het zijn met name de kostenstijgingen die in 2011 roet in het eten gooien. De globale kostenstijging wordt becijferd op 12,6%. Uitschieters zijn de veevoederkosten (+19%), de kosten voor plantenvoeding (+24,4%) en de energiekosten (+14,4%)
Momenteel beschikken we nog niet over de cijfermatige analyse per lidstaat. Eurostat zal deze gegevens pas later publiceren. Toch is het alvast duidelijk dat de Belgische en in het bijzonder de Vlaamse land- en tuinbouw gekenmerkt worden door zwaargewichtsectoren die in 2011 een erge crisis meegemaakt hebben.

Eenmalige gebeurtenissen
Enkele eenmalige, uitzonderlijke gebeurtenissen die het jaar 2011 karakteriseerden, liggen mee aan de basis van de inkomensdaling. Al in januari werd de varkenssector getroffen door de gevolgen van de dioxinecrisis in Duitsland. Een terugval aan de vraagzijde veroorzaakte een kortstondige maar scherpe prijsval voor varkensvlees.
In het voorjaar werden de sectoren uit de akkerbouw en de openluchtgroenten getroffen door een periode van aanhoudende droogte, waardoor de opbrengsten van vroege aardappelen, granen, vlas en een aantal openluchtgroenten (spinazie, erwten, wortelen en bonen) aanzienlijk tegenvielen.
De glasgroentesector had in mei-juni af te rekenen met de EHEC-crisis, die het consumentenvertrouwen aanzienlijk heeft aangetast, met dramatische gevolgen op het vlak van de prijsvorming. Vooral komkommers, sla, paprika en tomaten kenden zeer sterke prijsdalingen. In wezen ondervinden deze sectoren vandaag nog de gevolgen van deze crisis.
De fruitsector werd deze zomer getroffen door stormschade, waardoor een groot deel van de oogst verloren ging. Het moet vermeld worden dat deze verliezen nog niet volledig verrekend werden in de huidige analyse. Intussen zijn ook de prijzen van de peren gevoelig gedaald.

Kostenstijgingen
Naast elementen aan de aanbodzijde, zijn er de sterke kostenstijgingen. De grootste stijgingen deden zich voor bij veevoeders, meststoffen en energie. Globaal namen de directe kosten in België toe met maar liefst 12,6% in vergelijking met 2010. Weliswaar moeten we stellen dat de Belgische en in het bijzonder de Vlaamse land- en tuinbouwsector wegens zijn intensieve karakter gevoeliger is voor kostenstijgingen. Dit geldt vooral voor stijgingen van veevoeder- en energiekosten.

Toegevoegde waarde evolueert in lijn met buurlanden
Ondanks de scherpe terugval die we dit jaar incasseerden, is de globale evolutie van de Belgische toegevoegde waarde in de land- en tuinbouwsector in lijn met de ontwikkelingen die zich voordoen in onze buurlanden Nederland en Frankrijk. Berekeningen die daarover gebeurden sinds 2005 tonen dit aan.
We stellen vast dat de sector er niet in slaagt om zijn verhoogde kosten door te rekenen in de eindproducten. Kosten structureel kunnen doorrekenen is immers een essentiële voorwaarde om als sector op de langere termijn te kunnen overleven. Uit de Europese gegevens kunnen we verder afleiden dat de toegenomen schommelingen van de prijzen leiden tot toegenomen schommelingen op het vlak van de toegevoegde waarde.
Eens te meer is duidelijk dat de land- en tuinbouw nood heeft aan een degelijk Europees landbouwbeleid. Dit zou evenzeer het geval moeten zijn voor de sectoren die vandaag geen of nauwelijks directe ondersteuning krijgen, met name de tuinbouwsector en de dierlijke veredeling.

François Huyghe, Studiedienst

 
Commentaren
 
NIEUW: Lees je vakbladen nu al online

Je kan je ledenblad 
Boer&Tuinder en je vakblad 
Management&Techniek nu ook online lezen. En dit zelfs een dag vroeger dan hij normaal in je brievenbus valt. Dit is een exclusief voordeel voor onze leden.

Lees meer

Disclaimer | Contact | Site-map