Actieplan moet Vlaamse varkenshouderij op nieuw spoor zetten - donderdag 8 december 2011
categorieën:
 

 

Kris Peeters over het actieplan: “Ik ben ervan overtuigd dat dit plan gaat lukken! Door samenwerking, door dialoog, door toekomstgericht denken en handelen.”
(foto Mark Florquin)

Vorige week rondde Vlaams minister-president en landbouwminister Kris Peeters de dialoogdagen over de toekomst van de Vlaamse varkenshouderij af, met de voorstelling van een actieplan. Het plan bevat tweeëntwintig maatregelen die de sector op middellange termijn economisch zowel als ecologisch en sociaal duurzaam moeten maken. Het zal gerealiseerd worden door de overheid, maar ook door de verschillende schakels in de keten die actief aan de dialoogdagen hebben deelgenomen.  

De crisis vandaag

Het actieplan komt niet uit de lucht vallen. De dialoogdagen over de toekomst op middellange en lange termijn van de varkenssector zijn er gekomen als gevolg van de aanhoudende crisis in de sector. Volgens Kris Peeters is het de eerste keer dat een geïntegreerd plan van een dergelijke omvang en mede opgesteld en dus gedragen door de verschillende schakels in de keten tot stand kwam. Nu moet iedereen de handen uit de mouwen steken. Wij vroegen de minister hoe dat in zijn werk zal gaan.

- Het actieplan is een plan met maatregelen op middellange termijn. Wat wordt vandaag tegen de crisis gedaan? U ondernam acties op korte termijn. Hebben die, volgens u, tot resultaat geleid? Met andere woorden, is er gebruik van gemaakt?

KRIS PEETERS: “De herstelmaatregelen voor de varkenshouderij die in 2009 in het leven werden geroepen, werden nog in 2011 voortgezet. De cijfers met betrekking tot de overbruggingskredieten tonen aan dat dit instrument belangrijk is voor de varkenssector. Van de 370 aanvragen in 2010 zijn er 98 dossiers door varkenshouders ingediend, goed voor een totaal bedrag van 6,6 miljoen euro. Voor de eerste 6 maanden van 2011 zijn er nog eens 29 aanvragen ingediend. Voor 126 dossiers van varkensbedrijven werd uitstel van aflossing gevraagd en er werden voor 4 miljoen euro vervroegd VLIF-kapitaalpremies uitbetaald. Varkenshouders die in 2010 en 2011 deelnamen aan het Certussysteem konden een subsidie krijgen van 400 euro per bedrijf per jaar. Er wordt dus wel degelijk gebruik gemaakt van de geboden maatregelen.”

– U ondernam ook acties op Europees vlak. Waarom vond u geen of onvoldoende gehoor? Kan dat met het GLB na 2013 verbeteren? Zijn er nieuwe Europese instrumenten op komst, waarop ook de varkenshouderij een beroep kan doen?

“Op 3 december van vorig jaar heb ik tijdens het Europese voorzitterschap van ons land een zogenaamde ‘reflectiedag’ georganiseerd over de varkenshouderij in Europa. Alle belangrijke spelers actief binnen de Europese varkenskolom waren aanwezig. Veel Europese landen worden geconfronteerd met dezelfde problemen als bij ons. Toen de prijzen begin 2011 dan in vrije val zaten vanwege de Duitse dioxinecrisis, heeft de Europese Commissie op initiatief van Vlaanderen de steun voor private opslag opengesteld, waardoor men op dat moment een echt drama kon vermijden.

Belangrijk is ook dat men zich op Europees niveau ervan bewust werd dat de positie van de varkenshouders in de keten moet verbeteren. Vandaar dat in de voorstellen voor het GLB na 2013 zoveel belang gehecht wordt aan de oprichting van producentenorganisaties en interbranche-organisaties. Dit is onbetwistbaar het gevolg van de discussies die gevoerd werden in de Europese ‘high level’-groep over de toekomst van de Europese varkenssector, die als concreet gevolg van deze reflectiedag werd ingesteld.”

Acties op middellange termijn

Het is duidelijk dat acties op korte termijn noodzakelijk blijven om de crisis te bezweren. Maar de crisis toont aan dat er blijkbaar meer aan de hand is in de sector. Structurele problemen moet je oplossen met structurele maatregelen. Dat zijn doorgaans maatregelen niet op korte maar op middellange en lange termijn.

– Een vraag over de methodiek die u hebt toegepast: waarom koos u voor de formule van dialoogdagen? Wat is het voordeel van zo’n methodiek? Wat zijn mogelijk ook de beperkingen?

“Het voordeel van dialoogdagen is dat we de kans hebben gekregen om met de verschillende specialisten uit de sector uitvoerig van gedachten te wisselen. Het viel wel op dat de gesprekken tijdens de dialoogdagen in de varkenssector soms wat moeilijker verliepen door de acute crisissfeer waarin we ons op een bepaald moment bevonden. Dit was in tegenstelling tot de dialoogdagen in andere sectoren, denk aan die over de toekomst van jongeren in de landbouw of van de vleesveesector. Het is in acute crisisomstandigheden niet altijd evident om na te denken over de toekomst en dus over maatregelen die genomen moeten worden op iets langere termijn.”

– Wie of wat deed de sfeer kantelen?


“Ik was zeer tevreden over het feit dat de Boerenbond naar het einde van dialoogdagen een strategische nota ‘Vlaamse varkenshouderij in 2020’ op tafel heeft gelegd, met concrete aanbevelingen. Zo lag de vraag om de rol van de ‘onafhankelijke voorlichting’ te versterken en het vergelijkende praktijkonderzoek te stimuleren aan de basis van de versterking van het Praktijkcentrum Varkens, met een varkensloket. Ook de maatregelen om het onderzoek naar genetica en fokberen te versterken, zijn geïnspireerd op de strategische nota van de Boerenbond.”

– Is er in de sector volgens u te weinig gesprek tussen de verschillende schakels van de keten? Kan of zal dit nu bestendigd worden?

“Ik heb vastgesteld dat niet alle spelers binnen de keten op elk moment aanwezig waren tijdens de dialoogdagen. In de varkenskolom is er wellicht nog onvoldoende lang een traditie van structureel overleg. Als Vlaamse overheid blijven we bereid om dergelijke gesprekken te dynamiseren. Dialoogdagen zijn wat dat betreft enkel het einde van het begin. De laatste actie van het actieplan stelt duidelijk dat er verdere gesprekken gevoerd zullen worden met alle spelers van de varkenskolom om verdere resultaten te kunnen boeken.”

– Wat waren volgens u de verrassendste resultaten uit de dialoogdagen?

“Het deed mij vooral deugd dat er een zeer grote consensus was om veel aandacht te besteden aan het specifieke van het ‘Vlaams varken’. Zoals u weet, zorgt de inkruising met Piétrainberen in onze varkensstapel voor een hoog slachtrendement, een zeer goede conformiteit en een hoog magervleesgehalte van het varkensvlees dat we in Vlaanderen produceren. Vandaar dat het actieplan meerdere maatregelen bevat om dit unieke karakter van onze varkensstapel te bestendigen. Deze maatregelen richten zich vooral op de verbetering – zowel kwantitatief als kwalitatief – van ons Piétrainfokmateriaal. Zo zullen bijvoorbeeld de houders van Piétrainfokzeugen een instandhoudingsvergoeding kunnen krijgen van 100 euro per zeug.

Vanuit de Vlaamse overheid trekken we ook 400.000 euro uit om een nieuwe selectiemesterijstal te bouwen, die uitgebaat zal worden door de vzw Vlaams Varkensstamboek. Deze nieuwe stal komt in de plaats van de huidige, zeer sterk verouderde infrastructuur in Scheldewindeke. Samen met de investeringen in een nieuwe varkensonderzoeksstal, die het ILVO plant in samenwerking met de Universiteit Gent en de Hogeschool Gent, komt er op die manier een heus varkensonderzoekscomplex tot stand in Vlaanderen. Dit is voor mij het bewijs dat de Vlaamse overheid het geloof in deze sector ook voor de toekomst overeind houdt.”

Sleutelbegrippen uit het actieplan

In het actieplan ‘De Vlaamse varkenshouderij op weg naar 2020’ staan enkele sleutelbegrippen. Samen met minister-president Kris Peeters overlopen we er een paar. Hij geeft commentaar.

– Transparantie

“De voorbije maanden zijn er gesprekken gevoerd met de slachthuizen om de prijzen en de omvang van de gerealiseerde slachtingen sneller bekend te maken. Al enkele tijd publiceren onze belangrijkste slachthuizen hun prijzen en slachtgegevens op vrijdagnamiddag op de website van de Vlaamse overheid, dat is dus een week eerder dan vroeger. De varkenshouder beschikt zo over de recentste informatie. Maar ook dat is geen eindpunt. Ook hier wil ik verdere stappen zetten om maximale transparantie te garanderen in het marktgebeuren. Ik roep dan ook alle geledingen op om hier verder werk van te maken. Transparantie in het marktgebeuren is de eerste en belangrijkste voorwaarde om te komen tot een goed functionerende marktwerking en om varkenshouders de mogelijkheid te bieden om sterk gefundeerde bedrijfsbeslissingen te nemen.

Ook op het vlak van de slachtgegevens zal de transparantie verhoogd worden. De oefening met betrekking tot het ijken van de klasseertoestellen van varkenskarkassen zal begin 2012 afgerond zijn en in 2012 komt er een aangepaste regelgeving, waardoor het mogelijk moet worden om slachtgegevens sneller en uitgebreider ter beschikking te stellen van de varkenshouders.”

– Praktijkonderzoek

“Het Praktijkcentrum Varkens, het samenwerkingsverband dat alle organisaties overkoepelt die actief zijn op het vlak van varkenspraktijkonderzoek in Vlaanderen, wordt structureel versterkt. Het is de bedoeling dat er via een varkensloket een betere doorstroming kan komen van vragen uit de sector naar het praktijkonderzoek en omgekeerd.

Er is in de sector heel veel onderzoek en er wordt heel wat voorlichting gegeven door bedrijven die varkenshouders benaderen vanuit een commerciële invalshoek. Op zich is daar niks verkeerd mee, maar het was een vraag die door velen in de sector werd gedeeld dat adviezen en onderzoeken die dergelijke commerciële bedrijven geven door een neutraal onderzoeks- en voorlichtingskanaal getoetst kunnen worden.”

– Objectieve kengetallen

“In dat verband is ook de brochure ‘Vlaamse bedrijfseconomische richtwaarden voor de varkenshouderij’ een zeer belangrijk instrument. Ze verzamelt op een overzichtelijke manier een set van objectieve gegevens, toegespitst op de Vlaamse situatie, om investeringen en de rentabiliteit in de varkenshouderij te evalueren. Ze wordt ongetwijfeld een onmisbaar instrument bij het nemen van belangrijke investerings- of andere bedrijfsbeslissingen.”

– Uit de dialoogdagen kwamen tweeëntwintig actiepunten naar voren om de sector structureel te veranderen. Het zijn veel puzzelstukjes, die uiteindelijk de sector structureel moeten verbeteren. Wie legt de stukjes nu tot een geheel bijeen? Wie zal erover waken dat er ook werkelijk iets van in huis komt?

“Zoals ik al zei, is de afronding van deze dialoogdagen niet het einde van onze inspanningen voor deze sector. Integendeel, dit plan is een leidraad voor verdere acties. Samen met de sector – die ook een deel van de verantwoordelijkheid krijgt toegewezen – zullen we de voortgang van het actieplan opvolgen. Het plan biedt een duidelijke timing en geeft de verantwoordelijken voor de onderscheiden acties aan. Dat moet een verdere opvolging vergemakkelijken.

Met het oog op Agribex

– Er is en er wordt nog steeds veel gebouwd in de sector. In Brussel vindt Agribex plaats. Hoe kunnen varkenshouders zich wapenen tegen mooie verhalen van verkopers over wat nu de het beste is? Denk onder andere aan de problematiek van de ‘luchtwassers’. Hoe kunnen varkenshouders weten of nieuwe technologieën en innovaties voldoende praktijkrijp en dus betrouwbaar zijn?

“Ik verwijs hier opnieuw naar actie 16 van het actieplan: ‘Het versterken van het Praktijkcentrum Varkens met een varkensloket’. Het is de bedoeling dat alle onafhankelijke onderzoeksinstellingen in Vlaanderen hun knowhow bij elkaar brengen, zodat er op basis hiervan meer ruimte komt voor onafhankelijke voorlichting gebaseerd op onafhankelijk onderzoek.”

– Tot slot. Zal het nieuwe GLB na 2013 – met onder meer een nieuw plattelandsbeleid, waaronder het VLIF schuilgaat – nog voldoende (lees: meer) rekening houden met de varkenssector? Denk aan middelen voor het VLIF, maar ook voor programma’s inzake risicobeheer, zoals een inkomens- of prijsverzekering?

“Het nieuwe plattelandsontwikkelingsbeleid in het nieuwe GLB na 2013 moet inzetten op concurrentievermogen en verduurzaming. Het moet onze varkenshouderij helpen om de uitdagingen op het vlak van milieu en duurzaamheid aan te pakken. Ik zal ervoor blijven pleiten dat er voldoende Europese middelen ingezet kunnen worden voor het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds.”

Actieplan voor de varkenshouderij

Maatregelen op korte termijn

*   Overbruggingskredieten
*   Vervroegde uitbetaling van VLIF-kapitaalpremies
*   Stimulering van aansluiting bij een erkend kwaliteitssysteem
*   Verbetering van transparantie via ‘ex-ante’-bekendmaking van slachthuisprijzen
*   Europese reflectie met opvolging
*   Steunmaatregelen voor private opslag

Maatregelen op middellange termijn

*   Marktaandeel vergroten: referentiegetallen voor bedrijfsvoering; behoud van een specifiek Vlaams fokzeugenbestand; opwaardering van fokwaarde als bedrijfskengetal; kostprijsbeheersing voor voedergrondstoffen zoals alternatieve eiwitbronnen; benadrukken van het unieke karakter van Vlaams varkensvlees
*   Marktaandeel herverdelen: verhoging van transparantie; verheldering van financieringsstromen; optimaliseren van het slachtgebeuren; rationalisering van diverse lastenboeken voor kwaliteitslabels
*   Onderzoek en doorstroming van onderzoeksresultaten: Varkensloket; monitoring van kengetallen; intensievere samenwerking van onderzoeksinstellingen
Het volledige actieplan vind je op www.vlaanderen.be/landbouw/actieplanvarkenshouderij.

 Jacques van Outryve

 
Commentaren
 
NIEUW: Lees je vakbladen nu al online

Je kan je ledenblad 
Boer&Tuinder en je vakblad 
Management&Techniek nu ook online lezen. En dit zelfs een dag vroeger dan hij normaal in je brievenbus valt. Dit is een exclusief voordeel voor onze leden.

Lees meer

Disclaimer | Contact | Site-map