De G20 komt sinds eind vorige eeuw geregeld samen om de wereldwijde economische groeistrategie te coördineren. Onder het Franse voorzitterschap werd het voorbije jaar landbouw op de agenda gezet. Aangemoedigd door de G120 – een congres georganiseerd door de Franse landbouworganisatie FNSEA, dat 120 landbouworganisaties van over de hele wereld samenbracht – stelden de ministers van Landbouw van de G20 in juni al een concreet actieplan voor. Het plan van de landbouwministers zet vijf pijlers uit: groei van de landbouwproductie, versterking van de internationale samenwerking, transparantie, bescherming van kwetsbare landen en regulering van de termijnmarkten. Vooral dit laatste punt lag moeilijk. Het was aan de leiders van de G20 om op 3 en 4 november in Cannes hierover knopen door te hakken.
De G20 wil de fysieke grondstoffenhandel beter reguleren en is voorstander van het instellen van beperkingen voor grote investeerders, om speculatie en prijsschommelingen tegen te gaan. Zo kan men vermijden dat traders een te belangrijk aandeel van de markt opkopen, kunstmatige schaarste creëren en profiteren van de stijgende prijs door hun positie opnieuw te verkopen, zonder ooit het product in handen te hebben gehad.
Om een beter beeld te krijgen op de bewegingen van afgeleide producten op de anonieme, secundaire markt – buiten de beurs – moeten die tegen het einde van 2012 verhandeld worden op een beurs of via een elektronisch platform met een centrale afhandeling. Het voordeel hiervan is dat de marktinformatie beter en sneller beschikbaar is, dat deze afgeleide markt dus transparanter wordt en zo nauwer zal aansluiten bij de evoluties op de onderliggende, fysieke markt. Een bijkomend voordeel is dat de overheid een duidelijk zicht krijgt op wie wat verhandelt en dat ze dus een belasting kan innen. Zover heeft de G20 het nog niet gedreven. De tegenstand tegen een wereldwijde financiële transactietaks blijft dus overeind. De EU wil er in elk geval wel verder mee gaan in Europa.
Voor het overige onderschreven de leiders van de G20 de plannen die hun ministers van landbouw hadden uitgewerkt in het ‘
Action plan on food price volatility & agriculture’. Om voldoende voedsel te hebben om de wereldbevolking te voeden, moet de landbouwproductie toenemen. Dat zal ook bijdragen aan het verminderen van de prijsschommelingen. Dat moet hand in hand gaan met een aanzienlijke investering in onderzoek en ontwikkeling. In het ‘
Rapid response forum’ willen de leden van de G20 snelle en gecoördineerde acties ondernemen als er een crisis dreigt. De leiders engageren er zich daarom ook tot het opzetten van een krachtig informatiesysteem over de wereldwijde landbouwmarkten. Als we de transparantie, leesbaarheid en voorspelbaarheid van de landbouwmarkten zo verbeteren, kunnen we de schommelingen deels terugdringen en dreigende crisissen voorzien. Kwetsbare landen kunnen een beroep doen op het wereldvoedselprogramma. De leiders engageren er zich toe dat producten die via dit programma verhandeld worden, niet onderhevig zullen zijn aan exportbeperkingen of uitvoerheffingen.
Buiten de landbouwsfeer onderstreepten de wereldleiders nogmaals het belang van multilaterale onderhandelingen over handel in het kader van de WTO en riepen ze op tot een hernieuwde slagkracht in de onderhandelingen volgend jaar. Ten slotte kwamen ze overeen om sneller tot marktconforme wisselkoersen te komen, om competitieve devaluaties te vermijden – twee onderwerpen die ook voor de landbouw niet onbelangrijk zijn.
Pieter Verhelst, Studiedienst